De moosite bloemen groeien vlak langs het ravijn

Gepubliceerd op 12 september 2026 om 10:32

Sommige zinnen blijven gewoon ergens in je hoofd hangen.

Deze hoorde ik in Ravijn van Veldhuis & Kemper:

De mooiste bloemen groeien vlak langs het ravijn.

Ik moest er steeds weer aan denken. Niet omdat ik mezelf nou bepaald als een waaghals zie. Integendeel. Ik kan behoorlijk goed nadenken. Soms zelfs iets te goed.

Mijn werkende leven heeft inmiddels ook al aardig wat hoofdstukken. Ik kom oorspronkelijk uit de zorg. Daar heb ik geleerd wat verantwoordelijkheid nemen is, aanpakken, luisteren en er gewoon staan als het nodig is. Daarna ben ik gaan ondernemen en heb ik mijn eigen onderneming opgebouwd. Een heel andere wereld, maar eentje waarin ik ontzettend veel heb geleerd.

Toen dat hoofdstuk eindigde, ging ik weer in loondienst. Eerst kwam ik uiteindelijk terecht in mijn huidige werk als planner bij een rioleringsbedrijf.

En eerlijk?

Dat was soms gewoon lekker.

Een vast salaris. Collega's. Structuur. Weten waar je aan toe bent.

Na alles wat ik had meegemaakt met ondernemen, was die zekerheid helemaal niet verkeerd.

Maar ergens bleef dat gevoel knagen.

Dat verlangen naar vrijheid.

Naar iets van mezelf. Naar zelf bepalen wanneer ik werk, met wie, hoe en vooral: waarvoor.

Ik merkte dat ik steeds minder genoegen nam met alleen maar zekerheid.

En toen kwam NicLau.

Niet omdat ik ineens een compleet ander mens ben geworden. En ook niet omdat ik alles achter me wil laten.

Juist niet.

Ik neem mijn hele rugzak mee.

Mijn jaren in de zorg. Mijn ondernemerschap. Mijn werk als planner. Mijn fouten. Mijn lessen. Alles wat ik onderweg heb geleerd.

NicLau is voor mij geen terug naar af.

Het is de volgende versie.

En ondertussen zit ik natuurlijk gewoon met beide benen op de grond te twijfelen.

Want ja, ik denk er serieus over na om mijn vaste baan los te laten.

Daar word ik blij van.

En daar word ik soms ook behoorlijk zenuwachtig van.

Dan denk ik: Nicky, doe even normaal. Je hebt het toch prima?

En vijf minuten later denk ik: Ja, maar ik wil dit gewoon.

Tja.

Daar zit je dan met je volwassen leven, je verantwoordelijkheden en je roze Fiat 500.

Dus wat doe ik?

Ik neem de twijfel mee.

Die mag gewoon mee in de auto. Ik zet de muziek wat harder en laat hem lekker op de achterbank zitten.

Maar hij rijdt niet.

Want ik heb inmiddels wel geleerd dat wachten tot je nergens meer bang voor bent, niet echt een plan is.

En daar komt die bloem weer om de hoek kijken.

De mooiste bloemen groeien namelijk niet midden op een veilig grasveldje.

Ze groeien vlak langs het ravijn.

Je hoeft er niet in te springen — lijkt me sowieso geen aanrader — maar je moet wel dichtbij genoeg komen om die bloem te kunnen pakken.

Je moet durven bang te zijn.

Dat vind ik misschien wel de mooiste betekenis ervan.

Moed betekent voor mij niet dat je nergens bang voor bent.

Het betekent dat je iets spannend vindt en toch denkt:

Oké. We gaan.

Dus daar ga ik.

Met NicLau. Met ideeën waar ik soms zelf om moet lachen. Met een gezonde dosis spanning. Met alles wat ik al heb meegemaakt én met mijn vliegende tapijt voor als het even mistig wordt. 

Ik weet niet precies hoe dit hoofdstuk gaat lopen.

Maar ik weet wel dat ik het zelf wil schrijven.

Niet opnieuw.

Wel verder.

En als ik onderweg een keer door de mist moet?

Dan liever vol ornaat door de mist dan nooit vergist.

Want misschien liggen juist daar de mooiste dingen.

Vlak langs het ravijn.

En om ze te kunnen plukken, moet je durven bang te zijn. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.